Korte verhalen

Wat het is

Whitney Marcial

“Ik wil weten wat het is.”

“Wat wat is?”

“Waarom mensen verliefd worden, baby’s krijgen en elkaar vervolgens niet kunnen uitstaan.”

“Maak ik je ongelukkig?”

“Nee dat is het niet, absoluut niet zelfs. Ik ben het, ik doe het allemaal zelf.”

“Hoe bedoel je?”

“Ik bedoel te zeggen dat als ik die bewuste avond niet in de club was geweest; jij me niet had ontmoet en ik je mijn nummer niet had gegeven… Wat ik bedoel te zeggen is dat we dan nooit hadden afgesproken en onveilig seks hadden gehad. Wat ik bedoel te zeggen is….”

“Waar baseer je dit in vredesnaam op.” Een vliegende barkruk, een kater die de ruimte ontvlucht.

“Ondankbaar kreng.” De welbekende nekkraak. Een greep in zijn binnenzak en een aantal seconden later ruikt de gehele ruimte naar teer en rook.

“De laatste keer dat iemand ooit zo’n toon tegen me aansloeg….” Een vlijmscherp gevoel neemt bezit van mijn rechterwang.

“Waarom laat je dit toch gebeuren? Godverdomme elke keer weer… elke fucking keer!” Ik krimp in elkaar en sla mijn ogen neer.

“Sorry.”

“Godverdomme.” Een greep uit mijn haar, ik doe alsof ik het vlijmscherpe puntje in mijn schedel niet voel.

“Sorry, het spijt me…” Ijsberende sneakers door de ruimte gevolgd door de welbekende nekkraak. Een diepe ademhaling, hij buigt door zijn knieën en neemt plaats in het midden van de ruimte. Zijn ogen ontmoetten de mijne.

“Ga douchen, je ziet er niet uit.”

“Maar je ouders kunnen elk moment hier zijn.” Een vreemde snik in mijn stem, ik schraap mijn keel terwijl ik langzaam opsta en richting de trap slof. Mijn onderrug staat op springen en werkt als een soort pijngeleider; mijn hoofd is daar niks bij. De badkamerspiegel liegt er niet om. Ik laat de ijskoude vloeistof mijn polsen masseren. Een paar reebruine ogen staren terug. Een dikke onderlip, mijn rechteroog verdwijnt langzaam achter een hoopje vocht. Ik vul mijn longenkast met zuurstof en strijk met mijn vingertoppen over de licht bollende katoenen jurk.

Ik wilde weten wat het was… wat het is.. misschien wil ik wel teveel en is dat hetgeen wat ik mis. Misschien moet ik hier nu wel zijn om iets te leren. Hoelang nog? Een vage stem daarginds op de achtergrond. Hoelang nog? Mijn vingertoppen worden begroet; mijn hart maakt een sprongetje. Een warm gevoel verspreid zich door mijn ledematen.

continue reading
Korte verhalen

In het park

Whitney Marcial

“Welke ziekte verwoest jouw leven?” Een diepe hijs, ik hoor hoe haar longen zich vullen met het bewustzijn verreikende plantje. Ze overhandigd me het ding en ik volg haar voorbeeld. Een kriebel in mijn linkerlong onderdruk ik met een flinke slok wijn.

“Waar heb je het over?”

“Nou welke ziekte, welke defect maakt jouw leven een stuk lastiger maar tegelijkertijd intenst dan de gemiddelde persoon?”

“Heb je een voorbeeld?”

“Nou mijn moeder was een wilde vroeger. Feestje hier, snuifje daar, pik hier, baby daar; je weet wat ik bedoel.” Ze neemt gretig de joint van mij over.

“Het waren de zeventiger jaren.”

“Dat mag wel zo zijn maar nu meer dan veertig jaar later ben ik eindelijk achter haar defect, haar ziekte of hoe je het ook noemen wilt.” Ze haalt de fles wijn uit haar rugtas en vult mijn plastic koffiebeker zonder enig oogcontact te maken.

“Ze lijdt aan schuldgevoel Janet.” Ze neemt een grote slok van het witte goedje om vervolgens een hijs te nemen van de joint waarna ze het ding aan mij geeft. Ik volg haar voorbeeld en laat de woorden langzaam tot me doordringen.

“Schuldgevoel?” Drinkt ze daarom als een pro en rookt ze daarom als een schoorsteen? De laatste vraag houd ik veilig voor mezelf, je weet maat nooit welke reactie mij conclusie kan opwekken.

“Ja schuldgevoel, een tweeling baren en niet zeker weten wie de rechtmatige eigenaar is.” Vloeistof in mijn luchtpijp, haar droogheid bezorgd me een semi rusteloos gevoel.

“Vergelijk je ouders met eigenaren? Je bent geen hond Daan.”

“Dat weet ik wel Janet maar de door schuldgevoel verteerde zijn van velen niet. Dus uhm; welke ziekte verwoest jouw leven?” Ik neem een diepe hijs ne geef het ding terug waarna ik mijn lichaam in het gras laat vallen.

“Ik weet het niet.”

“Ik wel.”

“Wat mijn ziekte of die van jouw?” Ik onderdruk ene gaap en strek mijn handen ver uit boven mijn hoofd. Grassprietjes strelen mijn polsen, ik voel me een met de natuur.

“De jouwe.” Mijn hart slaat een slag over.

“Wat bedoel je?”

“Je stiefvader noem je pa achter zijn rug om of wanneer je me je broertje over hem praat, soms zelfs als hij erbij is. Maar je vertikt het om hem pap te noemen ongeacht het gegeven dat hij al in je leven is sinds je het je kan heugen. Je voelt je altijd aangetrokken tot mannen die emotioneel onbereikbaar zijn. Hebzucht is jouw ziekte. Meer is niet genoeg en zal nooit genoeg zijn voor jouw?” Een elektrische puls voel ik door mijn meest prominente orgaan heengaan. Ik sta langzaam op en begin mijn doek op te vouwen.

“Hebzucht is jouw ziekte, als je drinkt kan je niet stoppen, als je verliefd wordt wil je meer als je blowt krijg je nooit genoeg. Hoe meer je hebt hoe meer je wilt.” Ze blijft doorgaan en hijsen aan dat ding dat een aantal seconden geleden nog zeer aantrekkelijk leek. Ik trek mijn slippers aan en gooi de rest van mijn koffiebeker inhoud in haar beker. Ik draai de dop erop en gooi hert ding in mijn tas.

“Ik ga.”

“Waarheen?”

“Naar huis?”

“Waarom?” Een opgezette pruillip, wangen die langzaam rood aanlopen.

“Wist je nog hoe wij elkaar de eerste dag op de basisschool hadden ontmoet?” Ik kijk toe hoe Daan een diepe hijs van de joint neemt en haar hoofd schut.

“Ik werd gepest om mijn krullende schaaphaar door Tim weet je nog. En op een gegeven moment duwde je hem keihard weg en zei ‘wat je zegt ben je zelf’ een aantal dagen later kregen jullie verkering en dat is de hele basisschoolperiode zo gebleven.”

“Oh echt joh?” Een flauwe grijns, rode ogen die bijna dichtvallen.
Ik draai me om en met elke stap die ik zet voel ik de knoop in mijn maag langzaam verdwijnen. Een vage ruis op de achtergrond ik kan er niet veel uit opmaken. Ik weet haar ziekte, mijn ziekte de mensheidsziekte, het is de perceptie die je realiteit bepaalt.

continue reading
Korte verhalen

Dubbele espresso

Whitney Marcial

“Een dubbele espresso alsjeblieft.” Een scherpe rand rondom de galm die mijn lippen verlaten.

“Is het voor hier of om mee te nemen?” Ik kijk op; een zee van blauw mijn nekharen gaan langzaam overeind staan.

“Voor hier maar mag ik het uit mijn eigen beker drinken?” Ik grabbel in mijn weekendtas, voel me bekeken, de beker is nergens te bekennen. Een diepe zucht, ik zak door mijn knieën en graai ongegeneerd in het onhandige ding.

“Nog steeds bezig de verandering te zijn die je wenst te zien in de wereld.” Mijn hart slaat een slag over. Ik negeer mijn intuïtieve drang om het pand te verlaten; de behoefte aan een cafeïnestoot is groter dan de angst. Ik schud m’n tas aan aantal heen en weer en hoor overduidelijk een plastic getik tegen mijn sleutelbos. Ik open de zijvak en haal de beker tevoorschijn.

“Alsjeblieft.” Hij neemt het plastic ding aan en loopt weg in stilte.

“Wat doe je hier?” De vraag is eruit voordat ik er erg in heb. Een bekende grinnik, kuiltjes in zijn wangen, een tong die zijn volle onderlip bevochtigd.

“Dat kan ik beter aan jou vragen aangezien ik hier woon.” Een luid gemaal neemt bezit van mijn gedachtes. Ik schuif mijn weekendtas een eindje naar rechts en draai me om naar het imposante glaswerk. Een oud omaatje steekt over en tilt gedurende de paar stappen dat ze zich op ‘gevaarlijk terrein’ bevind haar wandelstok op. ik had nooit verwacht dat hij ooit in zijn leven zou immigreren.

“Ik dacht dat Amsterdam en jij een vreemde siamezen tweeling achtige relatie hadden. Wie had ooit gedacht dat meneer Breeveld in zich onder de nazi’s zou bevinden.”

“Mijn vader is overleden.” Ik heb het gevoel alsof mijn wangen in de vik staan. Draai me om; de blauwe zee doorboord mijn zijn.

“Gecondoleerd. Wat is er gebeurd?”

“Wat denk je zelf.”

“Maar de behandeling sloeg aan hoorde ik afgelopen zomer van je broer. Ik kwam hem tegen op de gracht.”

“Doktoren zijn ook maar mensen en mensen hebben niet altijd gelijk.” Hij overhandigd mijn beker, loopt weg. Ik neem een slok, negeer de scherpe steek op mijn tong en volg elke stap die hij neemt met mijn ogen.

“Hoe smaken de bonen?”

“Scherp, precies wat ik nodig had.”

“Wat doe jij hier?”

‘Ik heb een auditie morgen.”

“Gefeliciteerd!” Hij overhandigd me een glas water, waarna hij vanachter de toonbank vandaan komt. Ik knik en volg zijn armbeweging, een kleine ronde tafel vlakbij de achteruitingang. Ik neem plaats, mijn ogen laat ik de vrije loop gaan. Rode muren, filmposters, een oude grammofoonplaat, koffiemalers, kentekenplaten en realiseer me dan opeens dat ik de laatste gast ben.

“Hoelang werk je hier al?”  Ik neem nog een slok van mijn espresso en kijk toe hoe hij met zijn linkerhand de lijnen van zijn aders volgt.

“Ik heb dit pand afgelopen november gevonden via een vriend van mijn vader. Ben sinds eind maart officieel geopend.”

“Dit is jouw zaak?”

“Hoor ik daar verbazing doorschemeren.” Zijn harige armen worden resoluut voor zijn buik gekruist.

“Nee, nee, sorry.” Ik kijk naar het bruine goedje in mijn beker, neem nog een slok. “Je hebt altijd een eigen tent gewild, ik had alleen nooit verwacht dat je het zou doen.”

“Eerlijk. Dat heb ik altijd gewaardeerd.” Zijn armen gaan los, linkerhand rust op zijn bovenbeen.

Ik neem nog een slok van mijn espresso, het lauwe goedje is nu niet meer te pruimen. In een teug drink ik het glas water leeg.

“Hoeveel krijg je van me?” Ik sta op en zwaai het gevaarte over mijn schouder.

“Het is van het huis.” Hij staat op en ik zie zijn handen diep in zijn broekzakken verdwijnen.

“Dankjewel.” De blauwe zee knipoogt naar me. “Ik moet nog het een en ander voorbereiden voor morgen. De koffie was heerlijk, de tent is prachtig, jij ziet er goed uit…..” Hij omhelst me mijn geratel onderbrekend, ik ruik de Afrikaanse koffieplantage in zijn t-shirt. “Ontspan, ik ben het.” Ik inhaleer diep en probeer mijn gedachtes onder controle te krijgen.

“Ik moet nu echt gaan.” Maak me los uit zijn omhelzing en loop met resolute stappen naar de voordeur.

“Was jij niet degene die heilig verklaarde dat toevalligheden niet bestaan.” Ik stop bij de voordeur, mijn rug naar hem toegedraaid.

“Klopt maar ik ben maar mens en mensen hebben niet altijd gelijk.” De deur kraakt bij het openen.

continue reading
Korte verhalen

Zijn beste vriend

Whitney Marcial

Het is niet de wijze waarop hij zijn sigaret tussen duim en wijsvinger houd. De vorm die zijn onderlip aanneemt wanneer hij een grijns onderdrukt. Het gegeven dat hij met zijn linkerhand om de haverklap door zijn krullende kop woelt. Het is niets van het bovengenoemde dat hem aantrekkelijk maakt. Zelfs niet het gegeven dat hij jaar in jaar uit elk weekend op de bank, bij zijn beste vriend, overnacht. Het is meer dan dat; ik wou dat ik kon zeggen wat.

Het was een zaterdagochtend, vroeg, nat, bliksem. Hij was lichtjes aan het snurken toen ik net door de voordeur kwam strompelen. Het duurde een paar tellen voordat mijn ogen aan het schemerlicht gewend waren geraakt. Ik voelde dat mijn maag salto sprongen dreigde te imiteren en rende resoluut naar het aanrecht. Het koude goedje liet ik over mijn hoofdhuid verspreiden waarna ik mijn mond opende en gretige slokken nam.  Ik draaide de kraan voldaan dicht en realiseerde me dat mijn maag zich voorlopig wel gedeisd zou houden.

“Gaat het?” Een lage stem, lichte kraak bij het uitspreken van de G, misschien was het wel een zachte. Ik draaide me resoluut om en klampte me vast aan het aanrecht, puur om het evenwicht niet te verliezen.
“Jawel.” Mijn stem klonk een stuk hoger dan verwacht. “Sorry voor het wakker maken.” Hij negeerde me compleet, stond op en liep in z’n boxershorts naar de koelkast.
“Heb je ook zo’n trek in iets?” Hij krabde zijn onderbuik, onderdrukte een luide gaap terwijl ik de gehele tijd mijn best deed om niet te staren.
“Niet zo hard, straks wordt hij wakker.”
“Hij is al weg Saar.”
“Nee dat zou hij nooit doen.”
“Geloof je me niet?” Zijn felheid leek bijna gefeinsd. Ik liep naar de slaapkamerdeur, opende het en keek naar een netjes opgemaakte tweepersoonsbed. Mijn hart sloeg een slag over. Lichtelijke trilling in m’n onderlip.
“Hé, het is oké.” Ik schrok van zijn warme adem bij mijn oorlel.
“Ik ken hem al sinds we in de zandbak speelden. Hij is een open boek inmiddels.” Zijn hand streelde mijn bovenarm.
“Waarom heeft hij me geen gedag gezegd?” Mijn wangen voelden nat aan.
“Hij had waarschijnlijk hele andere prioriteiten.” Hij liep weer terug naar de koelkast en ik hoorde hoe hij het fornuis aanzette. Het voelde alsof ik me niet meer bewegen kon. Mijn maag pruttelde onophoudelijk. Ik plofde neer op de bank en pakte het pakje sigaretten dat op de grond lag.
“Je maakt een grapje toch Saar, ik dacht dat je gestopt was.” Hij had inmiddels al diverse eieren in de pan gegooid.
“Weet je toen ik negen was dacht ik dat mijn stiefvader een grap maakte toen hij beweerde dat Sinterklaas niet bestond. Toen ik twaalf was dacht ik dat de conducteur een grap maakte toen hij om mijn studenten OV jaarkaart vroeg om me vervolgens een boete te geven. Ik dacht dat mijn moeder een grap maakte toen ze bekende dat ik als klein meisje experimentele groeihormenen kreeg toegediend. Ik dacht dat het een grap was toen ik bakken met geld als model bijverdiende en jou daar leerde kennen. Ik dacht dat het een grap was toen je een vriendin bleek te hebben en je beste vriend niet. Ik dacht dat het een grap was toen je beste vriend mijn vriend werd. Ik dacht dat het een grap was toen hij beweerde het leger in te gaan. Ik dacht dat het een grap was toen….”

“Hij is met mijn meisje naar bed gegaan…” een ijzige stemgeluid deed mijn geratel abrupt eindigen. Ik stak een sigaret op en inhaleerde diep. Alles begon me te duizelen.
“Hoe weet je dat?”
“Omdat ze het me verteld heeft.”

“En nu?”
“Nu niks. Ontkenning is voor sommige mensen de enige wijze om zich een weg door dit leven heen te banen. Uiteindelijk zijn we hier om te leren.” Ik hoorde hoe hij het gasfornuis uitzette, en een bord vulde met spiegeleieren en witte bolletjes.”

“Wat heb je geleerd?” Ik stelde de vraag tussen het nemen van een paar hijsen door.

“Dat het leven wel degelijk gebeurd terwijl je bezig bent met het maken van andere plannen.” Opeens zat hij naast mij, overhandigde me een leeg bord die ik zonder na te denken aannam.

“Wat bedoel je precies?” Ik nam nog een hijs waarna hij de sigaret uit mijn handen pakte en zonder te kijken uitdrukte in de asbak.

“Eet wat.”

continue reading
Korte verhalen

Vaderloze vaders

Whitney Marcial

“Waarom doe je me dit aan?” Ik draaide het raampje open terwijl ik de motor uitdeed.
“Waarom doe je dit jezelf aan pa?” Ik keek toe hoe hij met trillende vingers een dikke sigaret rolde.
“Wanneer kom je me weer ophalen?”
“Over een maand.” Ik onderdruk een zucht.
“Hoeveel nachtjes is dat slapen dan?” Hij steekt zijn enige toegestane genotsmiddel op en het valt me nu pas op hoe hij geleidelijk van een grijze kop naar een spierwitte suikerspin is gegaan.
“Waarom is ma nooit teruggekomen?” een vraag die ik nooit daadwerkelijk heb durven stellen aan de enige die me daar antwoord op kon geven. Het was eruit voordat ik er erg in had.
“Wil je de waarheid of de ethisch verantwoorde versie.” Hij rochelde wat op en slikte alles luid smakkend weer door.

De velen gezichten van mijn vader waren voor sommigen angstaanjagend. Ik had al vrij jong door dat hij zeer theatraal was. De professor in hem is echter nooit uitgecheckt. Een tram raast luid voorbij. Er komt een parkeerplek vrij en ik start de motor. Zonder enige moeite manoeuvreer ik de nieuwe zwarte Mini in het parkeervak. Mijn hart klopt luid in mijn keel. Op de een of andere manier weet ik dat het enige wat nu resteert de waarheid is. Ongeacht de jaren die ik met hem alleen heb doorgebracht, hij heeft zijn best gedaan en op materieel opzicht had ik niets te klagen.
“De waarheid pa. Alles wat resteert is de waarheid.”

“Het kon me gestolen worden dat ze elke dag met tassen vol designerspul thuis kwam aanzetten onder het motto dat het in de uitverkoop was. Het kon me vrij weinig interesseren dat ze tijdens elke werkborrel zowat om de schouders van mijn collega’s hing. Vond het zelfs oké als ze af en toe naar een swingersfeestje ging. Allemaal prima, het waren de zeventiger jaren weet je wel.” Hij nam nog een diepe hijs, blies de rook luid uit en wreef met zijn vrije hand in zijn ogen.
“Ik vond het prima zolang ze tijd vrij maakte om jou de aandacht en zorg te geven die je nodig had.” Een schaduw nam zijn gezicht over.
“Het klinkt als een contract.” Ik hoorde hem luid schaterlaggen en het deed me goed om hem dat te horen doen na wekenlang te maken hebben gehad met een lappenpop.

“Wij mensen gaan soms dagelijks contracten aan zonder dat we hierbij stilstaan. Waarom stel je me deze vraag. Gaat alles wel oké?” Zijn zonnebril komt tevoorschijn. Hij opent de deur en ik volg zijn voorbeeld. We staan wederom voor hetzelfde chique pand, het begint op een jaarlijkse voorjaar reünie te lijken. Het moment dat hij ontwaakt uit zijn winterslaap en het weer nodig vindt om een boek te schrijven. Ik geef hem een knuffel, een natte kus op zijn voorhoofd. Open de achterbak en haal zijn twee koffers eruit. De voordeur gaat open en ik zie een bekend gezicht de treden afdalen. Hij begroet ons geruisloos, pakt de koffers en weet niet hoe snel hij weer de trap op moet lopen.

“Ik vlieg morgen naar New York.”

“Oh, waarom?”

“Omdat mijn one night stand van afgelopen zomer beweerd een deze dagen mijn eerstgeborene ter wereld te brengen.” De waarheid, gevolgd door ellelange stilte.
“Ik dacht dat je geen kinderen wilde?” Hij omhelst me kort, ontbloot zijn tanden en geeft me een aai over mijn bol. Herkenbaar oud gebaar, beladen, ik voel mijn ogen waterig worden.
“Dat dacht ik ook.”

continue reading
1 8 9 10
Page 10 of 10